Zoals een uil tussen de takken
Op een foto die zuster Reinalda (van het klooster van Denekamp) maakte, zie je een boomstam tegen een blauwe lucht, met takken die zich uitstrekken naar het licht. Pas als je wat langer kijkt, zie je haar: een uil, enigszins verborgen tussen de takken. Ze is er al, maar nog niet helemaal zichtbaar. Alsof ze wacht op het juiste moment om meer in beeld te komen.
Dat beeld raakt mij.
Misschien omdat het iets laat zien van wat er in mensen gebeurt wanneer zij op retraite komen. Er is vaak al van alles aanwezig in hun innerlijk — verlangen, verdriet, wijsheid, onrust, hoop, vermoeidheid, een niet goed te benoemen weten — maar het is nog niet helemaal in beeld. Het is er wel, maar het heeft nog geen woorden, geen vorm, soms zelfs nog geen ruimte gekregen om er echt te mogen zijn.
Wat zich nog niet in woorden laat vangen
Zo is het vaak ook met innerlijke wijsheid.
We denken bij wijsheid soms aan iets groots: een helder inzicht, een afgeronde levensles, een duidelijk antwoord. Maar innerlijke wijsheid dient zich vaak veel stiller aan. Als een intuïtief weten waar je nog geen woorden voor hebt. Een vermoeden. Een subtiele beweging vanbinnen. Een gevoel dat iets niet klopt, of juist wel. Alsof er in jou iets is dat al zachtjes weet wat jij nog niet helemaal begrijpt.
Vaak begrijpt ons hoofd pas later wat ons innerlijk al langer wist.
Het lichaam weet het soms eerder
Ons lichaam speelt daarin een belangrijke rol. Het lichaam spreekt soms eerder dan wij kunnen uitleggen wat er aan de hand is. Een brok in de keel. Knikkende knieën. Druk op de borst. Pijnlijke schouders. Een vermoeidheid die dieper gaat dan slaapgebrek. Tranen die onverwacht komen. Onrust, leegte, verdriet, verwarring. Het zijn niet alleen ongemakken die weg moeten. Soms zijn het signalen van iets dat gehoord wil worden.
Het lichaam en het gevoel weten soms eerder wat er in ons leeft dan ons denken.
Wanneer je voelsprieten steeds naar buiten staan
Juist daarom is stilte zo belangrijk.
In het gewone leven staan onze voelsprieten vaak naar buiten gericht. Naar werk, gezin, verwachtingen, verantwoordelijkheden, agenda’s, schermen en geluiden. Veel mensen zijn gewend om af te stemmen op wat anderen nodig hebben. Ze dragen veel. Ze zorgen veel. Ze regelen veel. Ze zijn beschikbaar, loyaal, betrokken. Niet omdat ze zwak zijn, maar vaak juist omdat ze sterk zijn. Omdat ze gewend zijn vol te houden. Omdat ze hun leven lang veel draaiende hebben gehouden.
Maar wie lang vooral naar buiten leeft, kan het contact met de eigen binnenwereld geleidelijk kwijtraken.
Dan ontstaat er soms een diep verlangen naar rust en bezinning. Naar een plek waar niets hoeft. Naar stilte, niet als leegte, maar als ruimte. Ruimte om op adem te komen. Ruimte om te voelen wat er vanbinnen leeft. Ruimte om weer te luisteren naar wat wezenlijk is.
Dat verlangen is geen luxe. Het is vaak een noodzakelijke tegenbeweging.
Soms komt het op in een overgangsfase: een pensioen, een nieuwe baan, een nieuwe levensfase. Soms als reactie op verlies, ziekte, overbelasting, een scheiding of het overlijden van een dierbare. Soms is er geen duidelijke aanleiding, behalve een aanhoudend gevoel van moeheid, leegte of vervreemding. Het lichaam protesteert, de ziel trekt zich terug, en er ontstaat een verlangen naar even niets. Naar stilte. Naar een plek waar je welkom bent zoals je bent.
Stilte als weg naar binnen
Een kloosterretraite kan zo’n plek zijn.
Omdat er stilte is. Omdat het ritme eenvoud brengt. Omdat de dagelijkse hectiek naar de achtergrond schuift. Omdat je niet voortdurend wordt afgeleid van de weg naar binnen. En ook omdat de gastvrijheid van de zusters van Denekamp iets wezenlijks mogelijk maakt: je wordt ontvangen. Niet om iets te presteren, niet om snel te veranderen, maar eenvoudigweg als mens. Met wat er in je leeft. Met je vragen, je moeheid, je verlangen, je volle hoofd of je lege handen.
Een klooster als gastvrije bedding
Dat welkom is niet iets kleins.
Innerlijk leven komt vaak niet tevoorschijn doordat we harder zoeken. Het ontvouwt zich eerder waar rust, eenvoud, veiligheid en aandacht zijn. Waar niets geforceerd hoeft te worden. Waar iets voorzichtig in het licht mag komen. Zoals die uil tussen de takken: al aanwezig, maar nog niet helemaal zichtbaar.
Misschien is dat ook wat het woord ont-dekken voor mij zegt.
Niet: iets nieuws maken.
Niet: een betere versie van jezelf worden.
Niet: eindelijk eens grip krijgen op alles.
Maar: laten oplichten wat er al is.
Voorzichtig wegnemen wat bedekt.
Ruimte geven aan wat in jou aanwezig is, maar nog niet helemaal in beeld kwam.
Wat in stilte naar voren mag komen
In stilte kan dat gebeuren.
Niet altijd meteen gemakkelijk. Want stilte brengt niet alleen rust. Soms brengt stilte eerst aan het licht hoeveel onrust, verdriet, vermoeidheid of verwarring zich in je heeft verzameld. Ook dat hoort erbij. Stilte maakt niet alles direct vredig, maar zij kan wel waarachtig maken. En juist daarin begint soms iets te verschuiven.
Langzaam wordt dan voelbaar wat er werkelijk toe doet.
Wie ben ik, onder alles wat ik doe?
Wat verlang ik werkelijk?
Wat vraagt in mij om aandacht?
Wat mag meer ruimte krijgen?
Wat heb ik te geven. Niet vanuit moeten, maar vanuit wie ik ben?
Dat zijn geen vragen die je kunt forceren. Maar wel vragen die in stilte een kans krijgen.
Om te laten beklijven wat je hebt ont-dekt
In elke retraite is daarom een persoonlijk gesprek mogelijk. Soms helpt het om onder woorden te brengen wat je ervaart, of om met iemand te delen wat zich vanbinnen aandient. En ook na afloop, na ongeveer een maand, is er ruimte voor een persoonlijk gesprek. Dat is waardevol, omdat wat zich tijdens een retraite laat zien vaak nog kwetsbaar is. Het is er wel, maar nog pril. Een vervolggesprek kan helpen om beter te verstaan wat je hebt ont-dekt, en om te laten beklijven wat in de stilte naar voren kwam.
Want wat aan het licht komt, wil niet alleen gezien, maar ook behoed worden.
Wat van binnen groeit, reikt verder
Zoals de uil op de foto er al was voordat je haar zag, zo is ook innerlijke wijsheid vaak al aanwezig. Niet afwezig, maar nog bedekt. Niet verdwenen, maar wachtend. Misschien op stilte. Misschien op aandacht. Misschien op een plek waar ze naar voren mag komen.
Soms is dat precies wat een retraite kan zijn:
een plaats waar het deksel eraf mag,
waar iets in jou tevoorschijn mag komen,
en waar je opnieuw kunt thuiskomen bij jezelf.
En misschien reikt dat thuiskomen nog iets verder. Want wat in een mens tot leven komt, werkt vaak door. In hoe je aanwezig bent, hoe je kijkt, hoe je geeft. Daarom gaan de netto-opbrengsten van mijn werk naar de Kalasi-scholen in Congo. Zo mag ook wat hier aan innerlijke ruimte en bezieling groeit, op een andere plek bijdragen aan toekomst en hoop.
Reactie plaatsen
Reacties